“We willen hier geen macho autosfeertje”

Autohistorische collectie op TU/e-terrein één van de grootste in Europa

Ruim twee kilometer aan documentatie over auto’s, mobiliteit en hun geschiedenis: de collectie van het Nederlands Centrum voor Autohistorische Documentatie (NCAD) is één van de grootste in Europa. Het centrum verruilde onlangs zijn onderkomen in Arnhem voor een plek in het IPO-gebouw op het TU/e-terrein. Het NCAD is niet alleen voor diehard freaks, benadrukt mede-initiatiefnemer dr.ing. Gijs Mom: “We willen hier geen macho autosfeertje waarbinnen de hele dag alleen maar over carburateurs wordt gepraat”.


Bestuursvoorzitter Gijs Mom in het nieuwe onderkomen van het Nederlands Autohistorisch Documentatie Centrum.
Foto: Bart van Overbeeke


Het Nederlands Centrum voor Autohistorische Documentatie, opgericht in 1997, is ontstaan vanuit de behoefte om documentatie over autohistorie te behouden, vertelt bestuursvoorzitter Gijs Mom, tevens docent Techniekgeschiedenis aan de faculteit Technologie Management. “Veel verzamelingen dreigen anders, bijvoorbeeld door veilingen, uit het zicht of verloren te raken.”
‘Het NCAD verzamelt, beheert, ontsluit en catalogiseert boeken, tijdschriften, foto’s en andere documenten op het gebied van de geschiedenis van de auto in de ruimste zin van het woord’, zo staat op de website van het centrum. “Aanvankelijk richtten we onszelf vooral op hobbyisten, maar al gauw kregen we ook vragen van bijvoorbeeld historici”, vertelt Mom. De collectie van het centrum groeide intussen rap door. “Het is een trend bij bedrijven die moeten bezuinigen om veel ‘oud papier’ weg te gooien. Zo kregen we er veel documentatie bij. We zijn onder meer gaan onderhandelen over het enorme autoarchief van de ANWB en hebben tevens het materiaal uit de opgeheven bibliotheek van TNO Wegtransport in Delft gekregen.”

Database
Mede daardoor is het NCAD allang geen ‘autobibliotheek’ meer. Het wil dan ook nadrukkelijk méér zijn dan dat, benadrukt Mom. “In Arnhem hebben we in vijf jaar onze publieksfunctie opgebouwd. Die functie blíjft; daarin zijn we het sterkst. In Eindhoven willen we echter ook gaan werken aan onze documentatie- en databasefunctie. We willen hét servicecentrum zijn op het gebied van mobiliteit en mobiliteitsgeschiedenis, zowel voor hobbyisten en wetenschappers als voor onderzoekers en beleidsmakers.”
De documentatiefunctie waarnaar het NCAD streeft, is gericht op het moderne autotechnisch onderzoek, legt Mom uit. “Het idee is dat bijvoorbeeld een ingenieur bij DAF of een student Werktuigbouwkunde die aan een autotechnische opdracht werkt, straks kan inloggen op ons systeem en zich kan inschrijven voor informatie over een bepaald onderwerp.”
De tweede functie, die van database, is vooral bedoeld voor historici en beleidsmakers die zich bezighouden met mobiliteit. “Om maar iets te noemen: onze database zou bijvoorbeeld van pas kunnen komen voor een onderzoeker van het ministerie van Verkeer, die geïnteresseerd is in ongevallen met fietsen in gemeenten tot twintigduizend inwoners”, oppert Mom.
Het NCAD heeft straks, met de collectie van de ANWB erbij, zo’n honderdduizend foto’s en tienduizend brochures. Mom: “Al die bestanden moeten worden gedigitaliseerd. Dat is een kostbare klus; daarvoor gaan we dan ook op zoek naar steun bij het regionale bedrijfsleven”. De officiële opening van het NCAD is mede daarom een jaartje uitgesteld. Het centrum krijgt over niet al te lange tijd tevens een nieuwe naam, vertelt Mom: “We denken dan aan zoiets als het European Center for Mobility Documentation”.

Geen freak

Mom, die in 1997 aan de TU/e promoveerde op zijn proefschrift over de geschiedenis van de elektrische auto, is naar eigen zeggen zelf geen autofreak. “Tenminste, niet in de zin dat ik dingen verzamel. Wel heb ik de HTS Autotechniek gedaan en vervolgens een paar jaar aan auto’s gesleuteld, maar die tijd is voorbij. Ik ben vooral geïnteresseerd in het autogebruik en de geschiedenis ervan. Wat beweegt ons om elke dag met z’n allen in zo’n ding te gaan zitten en in de file te staan? Dat vind ik zeker zo boeiend.”/.