Bindend studieadvies verdeelt UR
De mogelijkheid dat op termijn alsnog het bindend studieadvies wordt ingevoerd aan de TU/e, bracht verdeeldheid in de U-raad toen men maandag moest stemmen over het Instellingsplan 2004-2007. De vier PF-fractieleden stemden tegen. Groep-één en PUR/TU-één gingen akkoord.
Voor studentengroepering PF is het een zeer principiële kwestie: het feit dat het College van Bestuur in haar Instellingsplan 2004-2007 toch de mogelijkheid openhoudt alsnog het bindend studieadvies (BSA) in te kunnen voeren. Het BSA was voor de PF echter niet de enige reden om het plan instemming te onthouden. PF-lid Gijs van der Wielen: “Er worden in het plan ook geen prioriteiten aangegeven en tevens ontbreekt een goede financiële onderbouwing. Ik denk dat de andere fracties dat ook een probleem vinden, maar men heeft het maandag blijkbaar niet op de spits willen drijven”.
De grootste pijn voor de PF zit bij de zinsnede ‘Of ook bindende studieadviezen als instrument nodig zijn, zal nog moeten blijken’. “Daardoor blijft de mogelijkheid bestaan dat het BSA ingevoerd gaat worden”, aldus Van der Wielen. “We zullen collegevoorzitter Lundqvist echter aan zijn woord houden. In de vergadering van maandag heeft hij duidelijk gesteld dat het BSA de komende drie jaar niet wordt ingevoerd. We vinden het een zwaktebod dat hij er dan niet voor kiest om het helemaal uit de plannen te schrappen.”
Zwaar middel
Voor de andere studentengroepering in de U-raad, Groep-één, was het BSA geen reden om niet met het Instellingsplan in te stemmen. Volgens fractievoorzitter Jesper Buijs heeft zijn groepering nooit keihard gezegd tégen het BSA te zijn. “Zolang er niet echt iets bekend is over het nut en effect van het BSA wil Groep-één er nog geen concrete uitspraak over doen”, zegt Buijs. “Volgens ons heeft het CvB ook duidelijk gemaakt het op dit moment niet in te willen voeren. Dat het wel terug te vinden is in het Instellingsplan heeft meer een politiek motief, het staat er voor de volledigheid. Om op grond hiervan tegen het hele Instellingsplan te stemmen, vinden wij een veel te zwaar middel.”
Dat de prioriteiten en financiële onderbouwing ontbreken, is volgens Buijs in dit stadium goed te begrijpen. “Dit is voorgenomen beleid. Er bestaan nog geen concrete projectvoorstellen, dus heeft het weinig nut om nu al een financiële onderbouwing te eisen.”/.
|