En hoe is het in Vancouver?

Studenten van de TU/e gaan steeds vaker voor hun studie naar het buitenland. Voor stage of voor het verrichten van onderzoek, omdat het verplicht is of omdat ze het leuk vinden. Cursorlezers kunnen iedere week over de schouder van een TU/e-student in het buitenland meekijken.

Voor de afsluiting van mijn master Technology and Policy ben ik naar Vancouver gegaan. Vancouver is een kuststad, direct grenzend aan de Rocky Mountains, in het zuidwesten van Canada. Normaal gesproken vriest het hier bijna nooit, maar de afgelopen week was het tien graden onder nul en lag er dertig centimeter sneeuw. Ik ben hier samen met Femke, mijn vriendin, die hier onderzoek doet bij de kankerstichting naar relaxatietraining bij chemotherapie-patiënten.
We zijn hier nog maar een aantal weken en ik heb tot nu toe vooral gewerkt aan het verduidelijken van mijn opdracht. Vancouver heeft een van de grootste clusters waterstof- en brandstofcelbedrijven ter wereld en wil tijdens de Olympische en Paralympische winterspelen in 2010 de Hydrogen Highway tonen, een experimentele waterstof infrastructuur. Ik ga onderzoek doen voor Fuel Cells Canada, een overheidsorganisatie die tot doel heeft de brandstofcelindustrie te ondersteunen. Na een aantal gesprekken de afgelopen twee weken is gebleken dat de deelnemers aan de Hydrogen Highway veelal een eigen beleid toepassen op het project, en dat er allerlei verschillende vormen van subsidie door elkaar heen gebruikt worden. Aan de hand van interviews met alle betrokkenen ga ik een beeld scheppen van de huidige situatie en aanbevelingen doen voor verbetering van het beleid en de subsidiestructuur. Het interessantste onderdeel aan de opdracht is de deelnemers te leren kennen en ze zover te krijgen mee te werken aan het onderzoek. Daarom ben ik afgelopen donderdag al naar een ‘pubmeeting’ geweest van Fuel Cells Canada, waar tijdens het bier drinken kaartjes uitgewisseld werden. Het deed me aardig aan de borrels bij studievereniging Intermate denken, alleen met tienvoudige prijzen door de hoge belasting op drank hier.
Het is wennen aan de rust en beleefdheid van de ‘Vancouverites’. Voetgangers hebben bijna overal voorrang en in de winkels en supermarkten wordt de tijd genomen. Op zich is dat onthaasten heel lekker, maar op de fiets door het rood rijden gaat niet, en snel iets kopen in een speciaalzaak loopt toch uit op een gezellig gesprek. Het zo dichtbij hebben van natuur is fantastisch, onze skilessen zijn straks gewoon te bereiken met de bus, en in maart gaan we in de sneeuw kamperen met een aantal Canadezen.
Canada is een land van immigranten en Vancouver kent een voor zestig procent niet-blanke populatie; de mensen zijn voornamelijk Aziatisch. Dat zorgt ervoor dat Vancouver het grootse chinatown buiten Azië heeft, met een bijbehorend aantal restaurants en eettentjes.
Ik ben benieuwd wat er verder nog gaat gebeuren, voor de Canadezen ben ik nog ‘fresh off the boat’. En daarom zal ik, als ik gewend ben, ook wel nooit meer weg willen!

Geert van der Vossen,
student Technology and Policy