Helikopters en parachutes bij TNO

TU/e-studenten Werktuigbouwkunde lieten donderdag 3 februari zelfgebouwde objecten vijftien meter naar beneden vallen in het atrium van TNO Industrie en Techniek op het TU/e-terrein. Het doel van het zogenoemde Icarus-project was de objecten van de 24 studenten zo lang mogelijk te laten zweven.

In de vier weken voorafgaand aan de wedstrijd hadden de derdejaars studenten in het kader van het keuzeproject bij TNO colleges gevolgd, die ingingen op de mogelijkheden van Rapid Manufacturing (RM). Dit is een verzamelnaam voor technieken waarmee direct vanuit een CAD-programma getekende producten gebouwd kunnen worden. Dit bouwen gebeurt altijd laagsgewijs en kan in verschillende materialen en met verschillende technieken. In de colleges werd ingezoomd op Selective Laser Sintering (SLS), waarbij plastic poederdeeltjes door een laser aan elkaar worden gesmolten. Door dit laagsgewijs van onder naar boven steeds te herhalen, wordt een massief plastic product opgebouwd.
Tijdens het praktische gedeelte van het Icarus-project kregen de studenten in teamverband de opdracht een zwevend object te bouwen met behulp van een aantal gegeven onderdelen, aangevuld met zelf te ontwerpen extra onderdelen die met SLS gemaakt dienden te worden. Tijdens de ontwerpfase hadden ze drie stappen om het ontwerp te testen en te verbeteren.

Op donderdag 3 februari stonden de teams dan eindelijk op de hoogste loopbrug van het TNO-gebouw. Hun zelfgemaakte zweefmachientjes werden ‘gelanceerd’ door ze in een verticale buis van één meter lang en tien centimeter diameter los te laten. Op dat moment ging de tijd lopen. In de wedstrijd bleek dat een tweedeling te maken was tussen parachuteachtige ontwerpen en objecten die op een helikopter leken. De helikopters moesten voor hun aandrijving wel gebruik maken van het beschikbare motortje en de batterij, terwijl de parachutes dat niet hoefden. Erik Feron van het winnende team laat weten: “Onze parachute hebben we gisteren pas in elkaar gezet. Ons oorspronkelijke ontwerp was eigenlijk veel spannender: een helikoptertje met twee tegendraaiende rotorbladen, maar daarvan bleek de liftkracht te gering om hem in de lucht te houden”./.


Foto: Bart van Overbeeke