|
Het Casa da Música is een witte diamant tussen de grijze gebouwen van Porto, Portugal. De fonkelnieuwe concertzaal van architect Rem Koolhaas beleefde onlangs zijn vuurdoop met de eerste proefconcerten. Met de akoestische vormgeving van de zaal werd in 1999 een begin gemaakt door het later opgeheven Centrum Bouwonderzoek TNO/TUE (CBO). Het project verhuisde naar het ingenieursbureau DHV en dankzij Eindhovense adviseurs is ook de akoestiek fenomenaal.
Het nieuwe concertgebouw in het centrum van de stad bevat behalve een grote zaal voor 1.250 mensen een kleine zaal voor 350 personen, repetitieruimtes, oefenruimtes en solistenkamers.
Projectleider van het akoestische ontwerp van het gebouw is ir. Renz van Luxemburg, die het project in 1999 nog bij het CBO binnenhaalde. Toen dat ophield te bestaan, is het project met hem mee naar ingenieursbureau DHV verhuisd. “Het Casa da Música is een klassieke concertzaal, dus het moet aan de hoogste eisen voor symfonische muziek voldoen. Maar het is meer dan dat: door de aanwezigheid van een technische brug en lichtgalerijen is de zaal ook geschikt voor populaire muziek. Dat maakt hem volgens mij tot de eerste echte multifunctionele concertzaal ter wereld”, aldus Van Luxemburg.
Het multifunctionele karakter van het gebouw is meteen de eerste van vele
akoestische uitdagingen. Verschillende muzieksoorten vereisen namelijk ook
verschillende eigenschappen van de akoestiek. Voor popmuziek moet een zaal akoestisch ‘droog’ zijn, dus zonder uitbundige weerkaatsing van het geluid via de zijmuren. In het Casa da Música is dat te sturen door het gebruik van gordijnen. Daarnaast moesten in het strakke ontwerp de evenwijdige zijwanden opgebroken worden om het geluid van het orkest te verspreiden en zo de bezoekers te omspoelen met muziek. Van Luxemburg: “Daarvoor hebben we verschillende dingen gedaan. De zijwanden zijn opgebroken door golvende ramen, balkons en een uitbundig gouden orgel aan te brengen. En de diffusoren natuurlijk, speciale reflectieschermen die door hun regelmatige ribbelpatroon tegelijkertijd het geluid uit elkaar trekken en richting publiek sturen”. Het meest opvallende aan het gebouw zijn de gigantische ramen aan de voor- en achterkant van de concertzaal. Naast de enorme afmetingen valt meteen op dat het glas gegolfd is. “Zulke grote vlakken van glas zouden akoestisch helemaal niet voldoen, dus daar moesten we iets op verzinnen. In overleg met de architect is daar de sinus-vorm uitgekomen. Zo is de wand nog steeds doorzichtig, maar wordt het geluid door de speciale vorm beter verspreid”, legt Van Luxemburg uit.
Een ander essentieel punt is het buiten houden van verkeersgeluid. Tijdens een stilte in een muziekstuk moet het echt stil zijn. Een bekend concept voor geluidsisolatie zijn twee wanden met daartussen een zo groot mogelijke afstand. In Porto zijn daarvoor wanden van het gegolfde glas genomen met vijf meter tussenruimte, wat uiteindelijk de foyer is
geworden. Of al deze aspecten wel zouden voldoen, is zoveel mogelijk
gecheckt met medewerkers van het Lab van Akoestiek van de TU/e, waarmee Van Luxemburg al jaren samenwerkt. Destijds is daar een schaalmodel van de zaal gebouwd, waarmee verschillende zaalopstellingen gemeten zijn.
Het gebouw is overigens nog niet volledig af. De verschillende ruimtes worden de komende tijd stukje bij beetje opgeleverd./.
|