Visitatiecommissie positief over onderzoek Natuurkunde

Het onderzoeksklimaat bij Technische Natuurkunde (TN) is prettig en de faculteit staat erg open voor multidisciplinaire samenwerking met anderen. Tot deze en andere overwegend positieve bevindingen komt de visitatiecommissie die half oktober de faculteit bezocht. Het zijn voorlopige resultaten; het officiële rapport volgt waarschijnlijk nog dit jaar.

De visitatiecommissie nam 12, 13 en 14 oktober een kijkje aan de faculteit. De voorlopige resultaten zijn overwegend positief. De commissie spreekt onder meer van een prettig onderzoeksklimaat en van uitstekende faciliteiten. Daarnaast staat Technische Natuurkunde erg open voor multidisciplinaire samenwerking met andere faculteiten en komt uit een lunch met jonge stafleden een erg goede ‘spirit’ naar voren. Vergeleken met 1996 is het aantal promovendi aan de faculteit bovendien gestegen met vijftig procent. Een goede ontwikkeling, aldus de commissie, want bij een dalende geldstroom vanuit de overheid wijst dit erop dat de faculteit veel externe fondsen heeft aangeboord. Als voorbeeld bracht de commissie de successen met Veni-, Vidi- en Vici-prijzen in herinnering. Ze is vooral ook te spreken over het focussen van het onderzoek in drie clusters: plasma’s en straling, functionele materialen en transportfysica. Daarbij gaf ze wel de hint dat de faculteit hierdoor het risico loopt dat het onderzoek wat te smal wordt. Door alle inspanningen in de theoretische natuurkunde te combineren, zou de ‘scope’ van de faculteit iets breder worden.
De commissie kon in de afsluitende bijeenkomst nog geen punten per capaciteitsgroep geven, omdat ze nog midden in het proces van nabespreken zat. “Normaal staat daar een jaar voor, maar de voorzitter is gepensioneerd en hij en ik wonen dicht bij elkaar. Dat scheelt enorm veel tijd. Daarom verwacht ik dat het eindrapport nog dit jaar zal verschijnen”, aldus drs. Jan Heijn, secretaris van de commissie.

Presentaties
De visitatiecommissie heeft zich op verschillende manieren een beeld gevormd van het onderzoek bij Technische Natuurkunde. De hoofdmoot vormden presentaties die elke capaciteitsgroep hiervoor had voorbereid. Daarnaast bezocht de commissie de labs van de verschillende groepen. Tijdens informele lunches kon ze delen in de ervaringen van promovendi en stafleden. De commissie heeft een internationaal karakter, met leden uit Nederland, Duitsland en Engeland. Ze komen deels uit de academische wereld -de voorzitter is de voormalig rector van de Universiteit van Amsterdam prof. dr. Jaap Franse- en deels uit onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven.
Alle faculteiten laten om de paar jaar een onafhankelijke commissie langskomen om het niveau van het onderzoek onder de loep te nemen. “Je kunt het een beetje vergelijken met de onderwijsinspectie op de middelbare school”, licht drs. Paul Bezembinder, beleidsmedewerker van de faculteit Technische Natuurkunde, toe. “Een onafhankelijke commissie met ervaring en autoriteit komt kijken hoe het staat met het niveau van het onderzoek. De laatste keer dat dat hier werd beoordeeld, was in 1996.”/.