Opening Biomass Lab sluit eerste Super TU/esday af


Foto's: Bart van Overbeeke

Vooraf had de organisatie van de eerste Super TU/esday haar pr-werk goed gedaan. Op de dag zelf, afgelopen dinsdag 7 februari, wijdde het Eindhovens Dagblad een volledige pagina aan het onderwerp bio-energie. Of het hierdoor kwam of niet, feit was dat het symposium uitermate goed bezocht was. Meer dan driehonderd belangstellenden luisterden een middag lang naar de vier sprekers, allen pioniers in het vakgebied. Ook zij zelf gaven aan het een nuttige dag te vinden. “De meeste mensen die hier vandaag zijn, kijken naar de toekomst. Dat is heel belangrijk. En van alle ideeën die langskomen, filter ik de voor mij zinvolle eruit”, aldus prof.dr. Jim Swithenbank, verbrandingsspecialist van de Universiteit van Sheffield.

Na afloop van het symposium begaven de toehoorders zich over de loopbruggen naar W-hoog, om de officiële opening van het Biomass Lab mee te maken. In het aangrenzende en grotere lab voor Thermal Fluids Engineering stonden drankjes gereed en was een klein podium neergezet. Daarop opende prof.dr.ir. Anton van Steenhoven van de sectie Energietechnologie en voorzitter van het centrum Technologie voor Duurzame Ontwikkeling (TDO) de plechtigheid met een kleine geschiedenis van het lab. Daarna was de eer aan collegevoorzitter ing. Amandus Lundqvist om met de symbolische onthulling van een beeldje het lab officieel te openen. Dit werd omlijst door veel rook en harde muziek. Alle bezoekers konden vervolgens in kleinere groepen het lab van binnen bekijken.

Bij het vergassen van biomassa, zoals bijvoorbeeld hout, wordt als bijproduct teer gevormd. Bij de rondleiding door het Biomass Lab blijkt dat het bestrijden van dit ongewenste bijproduct daar centraal staat. Daarvoor zijn twee grote opstellingen aanwezig om biomassa te vergassen. De eerste is een fluidized bedvergasser en het onderzoek hiermee richt zich op het effect van katalysatoren op het vergassingsproces. Door het gebruik van katalysatoren kan de vorming van teer namelijk worden beperkt of in de toekomst zelfs helemaal worden voorkomen.
De tweede opstelling is een fixed bed-vergasser, waar hout in wordt gelegd dat aan de onderzijde wordt ontstoken. Door een beetje lucht of zuurstof door de houtsnippers te voeren, verbrandt het hout langzaam en onvolledig, wat vergassen feitelijk is. Met de fixed bed-reactor, die veel teer vormt en dus eigenlijk een slechte vergasser is, bekijkt men met welke manieren van nabehandeling de teer goed te verwijderen is.
De ruimte herbergt verder nog een aantal kleinere opstellingen om het vergassingsproces zelf te bestuderen. “We willen weten wat er nu precies met de houtdeeltjes gebeurt” legt wetenschappelijk medewerker van de sectie Energietechnologie dr.ir. Rick de Lange uit. “En waar komt de teer vandaan? Als je dat weet, kun je uiteindelijk misschien voorkomen dat het wordt gevormd.”

SenterNovem
De Lange was projectleider bij het realiseren van het Biomass Lab en heeft het samen met zijn hoogleraar prof.dr.ir. Anton van Steenhoven opgezet in nauwe samenspraak met de groep van prof.dr.ir. Frans Janssen van de faculteit Scheikundige Technologie. “Een flinke klus, want er komen veel dingen bij kijken, zoals de benodigde veiligheidsmaatregelen en een aantal verbouwingen.”
Het nieuwe lab, dat er volgens Van Steenhoven zonder de inspanningen van voormalig hoogleraar prof.ir. Kees Daey Ouwens nooit was gekomen, is al volledig functioneel sinds augustus vorig jaar. De infrastructuur en de faciliteiten waren een investering van de faculteit Werktuigbouwkunde en genoemde grote opstellingen zijn door SenterNovem gefinancierd in een aio-project (één bij Werktuigbouwkunde en één bij Scheikundige Technologie). De Lange schat het totale budget daarvan op zeven ton, waarvan zo’n drie ton voor de opstellingen. Na de opstartfase gaat prof.dr. Philip de Goey van de capaciteitsgroep Verbrandingstechnologie de scepter zwaaien in het lab./.