Achtergrond

Slaaf van de elektronische post

E-mailterreur/Jim Heirbaut
Illustraties/David Ernst

Kijk eens om je heen. Ken je iemand die zijn e-mailprogramma níet de hele dag aan heeft staan? Als het envelopje rechtsonder in beeld verschijnt, kunnen de meeste mensen zich niet bedwingen en schieten ze meteen naar Outlook om het berichtje te lezen. Vaak niet erg effectief als je net lekker bezig was met een klusje. Maar inmiddels zijn er cursussen voor het beter omgaan met e-mail.

E-mail heeft een stevige plaats veroverd in ons dagelijks werk. Sterker nog: het is er niet meer weg te denken. Slechts weinigen gebruiken e-mail echter nog zoals het oorspronkelijk is bedoeld: als elektronische post. Ontstaan in de jaren zestig in de Verenigde Staten, waar gebruikers van grote mainframecomputers elkaar kleine elektronische berichtjes konden sturen, vormt een e-mailprogramma als Outlook nu voor veel werkenden de basis, die ook fungeert als adressenboek en agenda. Voor sommigen vervangt het zelfs bijna de telefoon. Bijna iedereen heeft daarom zijn e-mailprogramma continu aanstaan, waardoor elk nieuw berichtje dat binnenkomt een signaal afgeeft. Als dit vervolgens meteen wordt gelezen, kan dit erg afleiden van de activiteit waarmee je net lekker geconcentreerd bezig was. Je zou Outlook natuurlijk kunnen afsluiten, maar dat doen we niet, omdat het bekijken van e-mail ook iets verslavends heeft. Mensen zijn van nature nu eenmaal nieuwsgierig.
Volgens een onderzoek van computerbeveiliger Symantec, eind vorig jaar, onder werknemers van bedrijven in Europa, besteedt meer dan de helft van de werknemers dagelijks meer dan twee uur aan het lezen en beantwoorden van e-mails. Driekwart vindt e-mail verslavend en 21 procent geeft aan daadwerkelijk verslaafd te zijn. Het aantal e-mails van de ondervraagden was het afgelopen jaar toegenomen met gemiddeld 47 procent.
Ook aan de TU/e is nog altijd een toename van het e-mailverkeer te zien. Een paar maanden terug werden nog twee nieuwe mailservers in gebruik genomen. Deze moeten ervoor zorgen dat e-mails geen vertragingen meer oplopen. Het totale mailverkeer aan de TU/e wordt geschat op honderdduizend e-mails per dag.

Timemanagement
Niet louter rozengeur en maneschijn dus, die e-mail. Omdat gebruikers van Outlook soms door de bomen het bos niet meer zien, geeft het Centre for Mathematical Applications and Software van de TU/e de cursus MS Outlook 2003. Volgens docent ir. Ruud van Vliet gaan veel gebruikers uit zichzelf nog met e-mail om alsof het echte post is. Ze schenken alle berichten relatief veel aandacht. Van Vliet: “Terwijl je vaak al aan de afzender of het subject kunt zien of een e-mailtje ‘bras’ is. Dan kun je dat bericht dus ook binnen een paar seconden kwijt zijn”. Het komt allemaal neer op timemanagement, benadrukt hij. “Ik krijg vaak klachten dat Outlook zo ingewikkeld is, maar eigenlijk zou de gebruiker moeten bepalen wat Outlook doet.”
Aan de cursus doen vooral secretaresses mee. Zij zijn immers vaak de spin in het web van bijvoorbeeld een capaciteitsgroep. Maar ook studenten melden zich soms aan om meer uit het omvangrijke mailprogramma te leren halen. In de cursus van in totaal drie halve dagen wordt veel geoefend met het mailprogramma. Cursisten bootsen de werkelijkheid na door elkaar mailtjes te sturen. Ook gaan ze aan de slag met de meer geavanceerde mail-handling zoals het instellen van regels. Hiermee kan worden ingesteld dat Outlook bijvoorbeeld berichten met het woord ‘notulen’ in de onderwerpregel automatisch in een apart mapje zet.
Het mailprogramma hoeft natuurlijk ook niet altijd open te staan. Veel mensen laten zich snel afleiden door elk binnenkomend berichtje, dat zich meldt met een pop-upscherm, een alarmerend bliepje of een treiterend klein envelopje rechtsonder in beeld. Zelf heeft Van Vliet Outlook altijd aanstaan. “Aan de hand van het onderwerp schat ik in of ik snel moet reageren of dat ik het kan laten wachten. Maar mensen die snel afgeleid zijn, kunnen Outlook beter helemaal uitzetten en op gezette tijden hun e-mail checken.”
Eén ander groot probleem met e-mail is spam. Deze ongewenste reclame-mails kunnen voor een deel ondervangen worden door een gratis softwarepakket, genaamd SpamBayes (de nieuwste versie ervan is gratis te downloaden vanaf http://spambayes.sourceforge.net/index.html)
Het programma werkt samen met Outlook en is lerend, wat wil zeggen dat het met het gebruik ervan steeds beter gaat filteren. Daarvoor moet de gebruiker het hem wel vertellen als een bericht in de inbox spam is of andersom, als een goede e-mail abusievelijk in de vuilnisemmer is terechtgekomen. Op den duur zorgt SpamBayes ervoor dat foute mails linea recta in de folder junkmail verdwijnen.
Maar nog beter is spam te voorkomen. Vul om te beginnen nooit je mailadres in op een internetsite. En kan het een keer niet anders, overweeg dan gratis een nieuw e-mailadres aan te maken bij bijvoorbeeld Gmail of Yahoo. Helaas levert ook dat je niet de absolute verlossing van spam. “Veel mensen, onder wie ikzelf, hebben voor hun werk hun e-mailadres op een website staan. Vroeger of later kun je dan spam verwachten”, aldus Van Vliet.

Workshops
In het e-mailgedrag van mensen is nog weinig verbetering te bespeuren. Dat zegt Robert Venstra, directeur van eCom-On, een Nederlands bedrijfje dat workshops geeft over het beter omgaan met onder meer e-mail. “Ergens is dat ook wel begrijpelijk, want er is ook nooit verteld hoe je eigenlijk moet omgaan met elektronische post. De teneur was altijd: ‘Als je kunt typen, kun je ook e-mailen’.” Niet terecht dus. Volgens Venstra snappen velen ook niet dat e-mail eigenlijk een asynchroon instrument is. Oorspronkelijk was het niet raar dat het een dag duurde voordat je antwoord kreeg op je verzonden bericht. “Het heen en weer pingpongen van berichtjes kan nooit effectief zijn. Mensen zijn tegenwoordig soms bijna verontwaardigd als je niet binnen een uur reageert op een e-mail. Ik heb mezelf daar ook wel eens op betrapt. Onzin natuurlijk; het is voldoende om je e-mail drie à vier keer per dag te checken. Dan draai je de zaken om en word je weer baas over je e-mail, in plaats van een slaaf ervan.” Elke keer moet de inbox dan ook echt schoon zijn. Berichten dienen te worden afgehandeld en waar dat niet mogelijk is in een speciale map te worden geplaatst. Venstra: “Die inbox moet leeg. Je gooit post die je hebt geopend toch ook niet terug op de mat?”.
De workshop van eCom-On tracht deelnemers in een dagdeel een spiegel voor te houden. Met een beetje humor wordt aangetoond dat het e-mailgebruik van de cursisten meestal inefficiënt is. Venstra: “Er is een mentaliteitsverandering nodig. E-mail wordt té vaak fout gebruikt. Mensen vertonen waanzinnig kopieergedrag: zowat alle berichten worden gecc’d naar collega’s. Of er gaan kopieën naar de baas om te laten zien hoe druk je wel niet bezig bent geweest. Andere valkuil: gevoelige onderwerpen aansnijden die je één op één niet zou aandurven. En pas op met humor. Door cultuurverschillen kan dat helemaal verkeerd vallen”.
Verder komt in de cursus van eCom-On aan de orde dat e-mail helemaal niet geschikt is om vertrouwelijke informatie mee te versturen. Het elektronische berichtje gaat over het internet en wie kwaad in de zin heeft, kan het er met wat moeite vanaf halen om het te bekijken. Venstra: “Vergelijk het met een briefkaart over de post. Wat je daar niet op zou zetten, zou je ook niet via de e-mail moeten versturen”.
Wat spam betreft; die ziet Venstra niet afnemen. Daarnaast wordt phishing steeds populairder. Dat is het hengelen naar vertrouwelijke gegevens van mensen met behulp van nagemaakte kopieën van echte en betrouwbare sites. Waar spam vervelend en soms hoogst irritant kan zijn, is phishing ronduit crimineel./.

Hoe gebruiken TU/e’ers hun e-mail?
Drs. David Ernst, medewerker van Studium Generale, is erg blij met de uitvinding van de elektronische post. “Ik kan bijna werken waar ik wil, of ik nu in een Apple-store in New York zit of in een café kan free-riden op de niet beveiligde draadloze verbinding van een ander.” Hij geeft zelfs de voorkeur aan communiceren via de e-mail boven de telefoon. “Live lullen heeft natuurlijk mijn absolute voorkeur, maar ik ben niet zo’n beller. Het klinkt misschien raar, maar ik ben Brabander en ik vermoed dat dat accent toch altijd een beetje minder goed overkomt.” Hij merkt wel dat hij in zijn e-mailconversaties juist weer wat te gemakkelijk slang gebruikt.
Slechts een paar keer per dag zijn e-mail checken, ziet Ernst niet zitten. Vanwege zijn werk en het feit dat hij veel thuis werkt, reageert hij op praktisch elk mailtje. “Mijn inbox is op mijn eigen kwaliteiten na de grootste tool in mijn werk. Ik ruim weinig op omdat mijn adressen en correspondentie erin zitten.” Dus binnenkomende mailtjes lees je meteen? “Ja, ik ben ook gewoon veel te nieuwsgierig. En inderdaad schuiven de grotere projecten waaraan ik op een dag werk, dan wel eens wat op.”
Niet te spreken is Ernst over de beperkte capaciteit van de inboxen aan de TU/e. Behalve zijn TU/e-mail gebruikt hij daarom ook Gmail, het gratis mailprogramma van Google met een capaciteit van tweeënhalve gigabyte. “Dat is een verbetering, want alle binnenkomende e-mail wordt automatisch geordend naar afzender. Je hoeft zelf nauwelijks meer te schuiven.”

Iemand die vanwege zijn functie erg veel e-mails te verwerken krijgt, is universiteitssecretaris ir. Harry Roumen. Zijn secretaresse Toos Rikmans schat het aantal op zo’n vijftig per dag. “Harry houdt zelf zijn e-mail bij. Hij kijkt overdag regelmatig door wat er binnenkomt, maar alleen de urgente zaken handelt hij meteen af. De rest van de mails spaart hij op om die ’s avonds of in het weekend af te werken. Overdag kost e-mail hem een half uur, maar thuis is hij er ook nog wel wat uurtjes zoet mee.” Dat e-mail een belangrijk medium is voor Roumen, blijkt uit het feit dat hij een zogeheten Blackberry heeft, waarmee hij mobiel zijn e-mail bekijkt.
Hoewel Rikmans ook inzage heeft in de mailbox van de universiteitssecretaris, regelt deze zijn e-mailverkeer dus zelf. “Het lijkt ons dubbel werk als ik zijn e-mails zou lezen, de relevante vervolgens zou uitprinten en aan hem zou geven”, aldus Rikmans. “Dat kost ook veel papier en dat was uiteindelijk niet de bedoeling van e-mail. Als iemand een afspraak wil maken met Harry, forward hij dat berichtje naar mij en regel ik het verder.”

Tien tips om je e-mail-leven te beteren
-Wees specifiek. Het gebruik van het subject is belangrijk. Zorg dat het verwijst naar de inhoud van je e-mail. Als het te cryptisch, te algemeen of te vaag is, bestaat de kans dat je bericht pas veel later of helemaal niet wordt gelezen.
-Gebruik geen computerslang of sms-taal. Hoe hip ‘C U l8er’ er ook mag uitzien, in een werkomgeving komt het vooral kinderachtig over. En vergeet niet dat je werkt met mensen van verschillende generaties; oudere collega’s begrijpen je moderne afkortingen misschien niet eens.
-Wees beknopt. Het lezen van e-mails vreet tijd, dus doe de lezer van je epistel een lol en houd het kernachtig. Lezen van een beeldscherm is al zo vermoeiend. Het is niet voor niets dat mensen geen boeken lezen van computerschermen.
-Maak je berichten goed leesbaar. Gebruik regels wit en bullets om je tekst op te delen in hapklare brokken.
-Is je bericht af? Lees het na. Kijk, voordat je je bericht de wijde wereld instuurt, het nog even door: staat er iets logisch, gaat de ontvanger het begrijpen of ontbreken er misschien essentiële details?
-Hou het zakelijk. In een geschreven bericht ontbreken subtiele zaken als intonatie en lichaamstaal, dus wat jij had bedoeld als grappig of sarcastisch, zou bij de ontvanger wel eens kunnen overkomen als beledigend of grof.
-Je bericht gaat naar een mens van vlees en bloed. Het is soms verleidelijk om een wat hardere toon aan te slaan in een e-mail dan in een echte conversatie. Bedenk je dan: zou ik dit ook zo in iemands gezicht zeggen?
-Wie schrijft, die blijft. Dat geldt ook voor e-mail. Ook al verwijder je een geschreven bericht, kopieën ervan zwerven rond op back-upschijven of in mailboxen van geadresseerden. Wat je vandaag hebt geschreven, kan op een dag bij je terugkomen. Schrijf dus nooit een e-mail wanneer je kwaad bent. Koel eerst af en schrijf dan pas je berichtje.
-Forwarden of niet forwarden, dat is de vraag. Stuur geen berichten door zonder na te denken. Het kan zowel bij de ontvanger als bij de oorspronkelijke opsteller tot irritaties leiden.
-Een beller is sneller. En vaak ook directer en persoonlijker. We e-mailen vandaag de dag soms mensen die in dezelfde ruimte zitten. Is dat de bedoeling? Of willen we ook echt een band opbouwen met onze collega’s? Daarbij: als je alleen nog maar mailt voor echt belangrijke zaken, zullen je
e-mails ook beter gelezen worden.