|
Achtergrond
Graag meer vrouwen op de TU/e
Nederland heeft erg weinig vrouwelijke techniekhoogleraren |
| Women in Science/Elke van Cassel
Foto’s/Bart van Overbeeke
Illustraties/Jeannette Bos |
| 
De benoeming van vijf jonge vrouwelijke onderzoekers op de zogeheten ‘Women in Science tenure tracks’ vormde op dinsdag 12 september aanleiding voor een feestelijke bijeenkomst met als thema ‘Women in Science: TU/e in Balance’. Met deze bijeenkomst, de vijf ‘tenure tracks’ en de lancering van een nieuw netwerk voor vrouwen hoopt het College van Bestuur de doorstroom van vrouwen binnen de TU/e te bevorderen en zo een betere man-vrouw balans te bewerkstelligen. Hoe nodig is dit eigenlijk, en wat vinden de vijf onderzoeksters er zelf van?
De constatering dat er aan de TU/e te weinig vrouwelijke wetenschappers waren op hogere functies, vormde de aanleiding voor het ‘Women in Science’-initiatief. Rector prof.dr.ir. Hans van Duijn: “Als je wordt geconfronteerd met dat soort berichten en er worden vanuit de overheid doelstellingen geformuleerd, dan kun je als universiteit niet achterblijven.”
Heeft de TU/e echt zo weinig vrouwen in wetenschappelijke functies? Uit cijfers van begin augustus blijkt dat 15 procent van de studenten en 26 procent van de promovendi aan de TU/e vrouw is. Maar het aantal universitair hoofddocenten en hoogleraren blijft steken op 3 procent. Hiermee blijft de TU/e achter bij de twee andere technische universiteiten in Nederland, zoals de grafiek bij dit artikel laat zien. Rector Van Duijn wijst erop dat met name Twente een bredere instelling is; naast Chemische Technologie en Elektrotechniek biedt Twente bijvoorbeeld ook Psychologie en Bestuurskunde. “Dit soort rankings zijn vaak wat ongenuanceerd. Je zou eigenlijk de cijfers per faculteit moeten vergelijken.” Daarnaast wijst de rector op een aantal recente aanstellingen, waaronder een nieuwe vrouwelijke hoogleraar bij de faculteit Wiskunde en Informatica en een universitair hoofddocente bij Industrial Design.

Europa
De beperkte doorstroom naar hogere wetenschappelijke functies vormt zeker geen specifiek probleem van de TU/e alleen. Het Europese gemiddelde vrouwelijke hoogleraren ligt op 15,3 procent. Nederland zit hier met 9,4 procent zelfs nog ruimschoots onder. Dat blijkt uit het rapport ‘She Figures’ van de Europese Unie, dat afgelopen mei verscheen.
Slechts een klein deel van de vrouwelijke hoogleraren in Europa zit in de technische wetenschappen. En ook wat dit betreft scoort Nederland ‘verontrustend laag’ in vergelijking met andere landen, zoals minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aart-Jan de Geus aangaf in zijn toespraak tijdens de ‘Women in Science’ bijeenkomst op 12 september.
Gevraagd naar de redenen voor deze lage score wees minister De Geus erop dat de lage arbeidsparticipatie van vrouwen Nederland lang parten heeft gespeeld: “Na de Tweede Wereldoorlog hebben Nederlandse vrouwen massaal geprofiteerd van de vrij hoge kostwinnerslonen zodat het mogelijk was de zorg voor het huishouden en de kinderen centraal te stellen. Wat eerst een voorrecht leek is later een achterstand geworden. Het heeft lang geduurd voordat Nederland wat de arbeidsparticipatie van vrouwen weer terug was op een normaal niveau.” Hoewel zowel het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap initiatieven ontwikkelen om het tij te keren, wees minister de Geus erop dat deze processen maar gedeeltelijk vanuit de overheid gestuurd kunnen worden: “Het gaat hier toch veelal om cultuur.” Wat de minister vooral erg positief vindt aan het initiatief van de TU/e, is dat het er niet alleen op gericht is vrouwen binnen te halen, maar ze ook vast te houden en door te laten groeien.

Verdubbeling
In het Lissabon-akkoord van 2000 hebben de Europese landen afgesproken er naar te streven dat in 2010 een kwart van alle hoogleraren vrouw is. Minister Maria van der Hoeven (OCW) verlaagde deze norm naar een voor Nederland haalbaarder streefgetal van 15 procent, als gemiddelde voor alle Nederlandse universiteiten. De TU/e streeft ernaar de komende vier jaar het aantal vrouwelijke universitair hoofddocenten en hoogleraren te verdubbelen.
Wie meer wil weten over de vertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschap in Nederland, kan kijken op www.participatiealsprioriteit.nl, de website van het EQUAL project.
|
Women in Science bijeenkomst: vooroordelen blijken diep te zitten

Het is niet toevallig dat het ‘Women in Science’-initiatief in het jubileumjaar van de TU/e wordt gelanceerd. “Wat de afgelopen vijftig jaar betreft, is er op dit vlak niet veel te vieren. Maar we willen juist benadrukken dat dit de uitdaging is voor de komende vijftig jaar”, merkte prof.dr. Ruth Oldenziel op, die het programma van de bijeenkomst op 12 september samenstelde. Naast het verwelkomen van de vijf ‘Women in Science’-onderzoeksters vormde het op gang brengen van discussie over man-vrouw verhoudingen aan de TU/e een belangrijk doel van de bijeenkomst. Oldenziel: “De TU/e is natuurlijk een mannenbolwerk. Dat wilden we op een speelse manier laten zien.”
Bewustwording
Oldenziel stelde een programma samen dat medewerkers van de TU/e - vrouwen en mannen - bewust zou moeten maken van hun eigen aannames over vrouwen en wetenschap; aannames die onbewust mee kunnen spelen bij selectieprocedures. De documentaire ‘The Mind has no Sex?’ van Marjan Tjaden, over sekse-ongelijkheid aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), vormde een onderdeel van het programma. Oldenziel: “In het licht van deze film is het heel positief dat het initiatief voor deze dag van bovenaf komt, van het College van Bestuur.” In de documentaire wordt stilgestaan bij de experimenten van Harvard-hoogleraar Mahzarin Banaji, die een methode ontwikkelde om onbewuste aannames over vrouwen en wetenschap te meten. Deze test toont aan dat bepaalde processen in het onderbewuste niet uit te schakelen zijn, ook al doen we nog zo hard ons best. Zelfs rector prof.dr.ir. Hans van Duijn kwam na het doen van de test tot de ontdekking dat hij wetenschap sterk associeerde met mannen.
Minister Aart-Jan de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en verantwoordelijk voor emancipatiezaken, benadrukte in zijn toespraak het belang van een mentaliteitsverandering: “Er wordt soms gezegd dat het moeilijk is vrouwen op topposities te benoemen als ze parttime willen werken. Dat is een misvatting: zelfs topposities kunnen worden vervuld door parttimers. Het is gewoon een kwestie van organisatie. Het zijn vooral mannen die denken dat het niet mogelijk is omdat zij het zelf niet kunnen. Ook is er geen reden te denken dat vrouwen die werk en zorg combineren hun werk minder serieus zouden nemen dan mannen die zich volledig op hun werk richten.”
Vrouwennetwerk
Om meer inzicht te krijgen in de knelpunten, de problemen waar vrouwen tegenaan lopen bij de doorstroom naar hogere wetenschappelijke functies en om oplossingen aan te dragen werd op dinsdag 12 september ook het initiatief voor een netwerk voor vrouwelijke wetenschappers aan de TU/e gelanceerd: Women in Science Eindhoven (WISE). Dit is een initiatief van dr. Mila Davids en dr. Monique Jansen-Vullers, universitair docent en universitair hoofddocent bij de faculteit Technologie Management. Veel andere universiteiten hebben ook een dergelijk netwerk. Op woensdag 13 september hebben 290 vrouwelijke wetenschappers - van promovendi tot hoogleraren - een enquête ontvangen waarin ze aan kunnen geven of ze interesse hebben in een dergelijk netwerk en welke functie het zou moeten vervullen. Ook kunnen ze aangeven op welke manier zij het netwerk het liefst zouden vormgeven. “Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van borrels, lezingen, workshops, thematische discussies over zaken als loopbaanontwikkeling en de balans tussen werk en privé”, zegt Esther Schmal, beleidscoördinator bij de Dienst Personeel & Organisatie en lid van de stuurgroep die het netwerk opzet. De uitkomsten van de enquête worden volgende maand verwacht, waarna in november concrete plannen komen.
Irene Vanderfeesten, promovendus bij de faculteit Technologie Management, was zeer te spreken over de ‘Women in Science’ bijeenkomst: “Ik vond de insteek van de bijeenkomst heel positief. Het was een hele open discussie en er is een duidelijk toekomstplan. Wat me opvalt, is dat er ook best veel mannen aanwezig waren. Deze bijeenkomst geeft mij vertrouwen in de toekomst.” Els de Vaan-Bruinsma, de eerste vrouw die afstudeerde aan de TU/e, in 1966, is blij dat ze aanwezig kon zijn: “Nee, ik was niet verrast door de feitjes in de quiz; het meeste wist ik wel. Wat mij wel verraste was dat sommige blunders nog steeds niet tot de verleden tijd behoren. Ik sprak een paar vrouwen die hier werken en zij krijgen nog steeds regelmatig brieven met ‘geachte mijnheer’ als aanhef.”
Zelf de ‘Harvard Implicit Association Test’ doen?
Ga naar: https://implicit.harvard.edu.
|
‘Hopen op een spin-off effect’
“Het is vreemd dat we dit speciale programma nodig hebben, maar toch is het zo”, zei decaan prof.dr. Hans Niemantsverdriet van de faculteit Scheikundige Technologie in zijn welkomstwoord aan de vijf ‘Women in Science’-onderzoekers. Bij zijn eigen faculteit solliciteren over het algemeen weinig vrouwen op vacante functies. Rector prof.dr.ir. Hans van Duijn benadrukte in zijn welkomstwoord dat de TU/e het zich niet kan veroorloven wetenschappelijk talent over het hoofd te zien, met name vrouwelijk talent. Het ‘Women in Science’-programma dient dan ook in de eerste plaats om vrouwen te stimuleren te kiezen voor een carrière in de wetenschap en te solliciteren bij de TU/e.
De benoeming van de vijf kandidates vormt slechts de eerste stap van het programma. Als alles volgens plan gaat zullen deze ‘tenure tracks’ na zes jaar leiden tot een vaste aanstelling als universitair hoofddocent en in de toekomst wellicht tot een hoogleraarschap. De ‘Women in Science tenure tracks’ maken deel uit van het reguliere ‘tenure track’-programma van de TU/e. Alle jonge wetenschappers aan de TU/e in een vergelijkbare loopbaanfase - vrouwen en mannen - kunnen gebruik maken van de loopbaanbegeleidingsfaciliteiten die in het kader van het ‘Women in Science’ programma in het leven zijn geroepen.
Of het College van Bestuur in de toekomst opnieuw aanstellingen speciaal voor vrouwen zal creëren kon de rector nog niet zeggen: “We moeten eerst maar eens kijken hoe dit zich ontwikkelt, maar we zullen wel ons best doen om op andere manieren vrouwen binnen te halen. We hopen natuurlijk op een spin-off effect. Het zou mooi zijn als de publiciteit rondom deze initiatieven ervoor zorgt dat er over de gehele linie meer vrouwen gaan solliciteren op functies aan de TU/e en dat ook meer vrouwelijke studenten zich aanmelden voor onze opleidingen.”
|
Een geschiedenis van vrouwen in de wetenschap en technologie
Ter gelegenheid van de feestelijke lancering van het ‘Women in Science’ programma is ook een boek verschenen. ‘Curious Careers: An Unexpected History of Women in Science and Technology’. Het boek vertelt het verhaal van vrouwen in wetenschap en techniek, van de zeventiende eeuw tot nu. Het bevat portretten van vooraanstaande Nederlandse vrouwen in de wetenschap en techniek en interviews met de eerste vrouwelijke afgestudeerde, de eerste vrouwelijke promovendus, en de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de TU/e.
Het boek is een initiatief van de Stichting Historie der Techniek en is geschreven door dr. Mineke Bosch, verbonden aan het Centrum voor Gender en Diversiteit aan de Universiteit Maastricht. Rector prof.dr.ir. Hans van Duijn overhandigde tijdens de ‘Women in Science’ bijeenkomst op 12 september het eerste exemplaar aan minister Aart-Jan de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verantwoordelijk voor emancipatiezaken.
‘Curious Careers: An Unexpected History of Women in Science and Technology’ is te bestellen via de website van de Stichting Historie der Techniek: www.histech.nl. Het boek is gratis; er wordt alleen een bijdrage in de verzendkosten gevraagd, van vijf euro.
|
‘Er is een algemeen gebrek aan carrièreperspectief in de wetenschap’
Dr. Jessica Kroeze (31) is sinds 1 juni in dienst van de faculteit Scheikundige Technologie. “Ik ben gepromoveerd in Delft; heb daarna een postdoc gedaan aan het Imperial College London en toen ik eind vorig jaar terugkwam in Nederland heb ik een Veni-subsidie aangevraagd en gekregen. Die subsidie zal ik hier aan de TU/e gaan inzetten.” Kroeze’s onderzoek richt zich op het optimaliseren van de prestaties en
efficiëntie van een nieuwe generatie zonnecellen: “Ik bestudeer deeigenschappen van polymeren en andere organische materialen die hiervoor gebruikt kunnen worden.”
|
|
Kroeze solliciteerde op de ‘Women in Science tenure track’ omdat de geboden functie een mooi vervolg vormt op haar loopbaan tot nu toe, maar ze voelde zich niet speciaal aangesproken als vrouw. “Ik denk zelfs dat zo’n speciaal programma sommige vrouwen afschrikt, alle superlatieven die er over ons worden uitgestrooid - toptalent, high potential - en de verwachting dat we binnen zes jaar klaar zijn gestoomd voor een baan als universitair hoofddocent. Ik heb dat zelf niet zo gevoeld, maar ik heb wel gedacht: ‘Is dit nu de manier om vrouwen binnen te halen?’ Dat er uiteindelijk ‘maar’ 44 vrouwen hebben gereageerd, heeft hier misschien iets mee te maken.”
“Het is een feit dat er veel te weinig vrouwen zijn in de wetenschap, maar of dit soort programma’s de oplossing is weet ik niet. Er zijn in het algemeen meer perspectieven nodig voor wetenschappers. Er zijn vooral veel tijdelijke functies. Vrouwen maken vaak net iets eerder een pas op de plaats. Op een gegeven moment komt toch de vraag: ‘Wil ik een gezin en zoja, wanneer?’ En dan zijn er talrijke banen die meer perspectief bieden dan een postdoc.” Ziet Kroeze zichzelf als een voorbeeld voor haar vrouwelijke studenten? “Ik hoop dat ik een voorbeeld ben als docent en onderzoeker die met veel plezier en succesvol wetenschap bedrijft, maar niet omdat ik toevallig een vrouw ben.”
|
‘Er zijn meer hindernissen
voor vrouwen’
Dr. Francesca Nardi (35), sinds 1 september in dienst bij de faculteit Wiskunde en Informatica, ontwerpt wiskundige modellen om meer inzicht te krijgen in meta-stabiliteit, een fenomeen dat zich voordoet als een systeem een faseverandering nadert, bijvoorbeeld als water aan de kook komt. “Dit soort natuurlijke fenomenen zijn vaak al uitvoerig onderzocht door natuurkundigen en biologen, maar er zijn nog geen theoretische verklaringen voor.”
Nardi vindt het ‘Women in Science’ programma een waardevolle aanvulling op het bestaande aanbod aan wetenschappelijke posities.
|
|
“Ik was al van plan hier in Eindhoven te solliciteren. Ik kom uit Italië, maar mijn man is Nederlands en ik heb een postdoc gedaan bij EURANDOM, een onderzoeksinstituut op de TU/e campus. Er zouden ook andere posities beschikbaar komen op mijn vakgebied; dit was er gewoon één van.”
Toch vindt Nardi het belangrijk dat de TU/e dit programma in het leven heeft geroepen: “De specifieke situatie is natuurlijk in ieder land verschillend en ik weet niet precies hoe het hier in Nederland is, maar over het algemeen zijn er meer hindernissen voor vrouwen. Vrouwen worden zwanger, dat kan een belemmering vormen voor een wetenschappelijke carrière en in sommige landen worden vrouwen in de wetenschap nog steeds niet voor vol aangezien.”
Toen Nardi na afloop van haar postdoc bij EURANDOM terugkeerde naar Rome lukte het haar niet een vaste aanstelling te vinden: “Ik kreeg wel postdoc en onderwijscontracten, maar geen vaste aanstelling. De onzekerheid die dit met zich meebracht maakte dit een moeilijke periode”, zegt ze nu. Nu ik hier aan de TU/e ben aangesteld, hoop ik een voorbeeld te zijn voor mijn studentes.
“Het is natuurlijk wel belangrijk strikte eisen te stellen bij zo’n
selectieprocedure”, merkt Nardi op. “Dat was bij de ‘Women in Science’ procedure ook het geval. De kandidaten moesten gepromoveerd zijn; lange tijd in het buitenland hebben gewerkt; een postdoc hebben gedaan; gepubliceerd hebben in vooraanstaande journals; onderwijservaring hebben; en ervaring hebben met het begeleiden van promovendi. Met zulke eisen weet je zeker dat de persoon die je selecteert echt goed is.”
|
‘Ik wist al op de middelbare school dat ik wetenschapper wilde worden’
“Deze ‘Women in Science tenure track’ is een mooie kans voor mij”, zegt dr. Denka Hristova (33). “Ik wist al dat ik wetenschapper wilde worden toen ik op de middelbare school voor het eerst astronomie kreeg. Maar het is niet makkelijk om een eerste aanstelling te krijgen.”
Hristova komt uit Bulgarije, maar werkte de afgelopen jaren in Eindhoven. Eerst als postdoc bij de faculteit Werktuigbouwkunde en daarna als onderzoekster voor de Polymer Technology Group Eindhoven.
|
|
Bij de faculteit Scheikundige Technologie zal Hristova zich de komende jaren bezig houden met de studie van synthetische en bio-polymeren. “Als het gaat om het verbeteren van de eigenschappen van synthetische materialen, kunnen we veel leren van de natuur.” Het ‘Women in Science’-programma spreekt Hristova erg aan: “In Bulgarije is het heel gebruikelijk dat vrouwen werkzaam zijn in de wetenschap. Toen ik aan het promoveren was, waren drie van de hoogleraren in mijn faculteit vrouw.”
“Er is zeker behoefte aan dit programma. Zonder de ‘Women in Science tenure track’ had ik misschien wel een positie gevonden als universitair docent, maar had ik minder doorgroeimogelijkheden gehad. Onze motivatie is erg groot omdat we een traject te volgen hebben. Dit programma stimuleert ons om het beste uit onszelf te halen en laat dat ook zien aan de buitenwereld. Dankzij het programma en de daarbij behorende publiciteit wordt ik ook benaderd door wetenschappers van andere faculteiten en instituten die met me samen willen werken.”
Hoe kijkt Hristova aan tegen alle publiciteit rondom het ‘Women in Science’ programma? “Het is eigenlijk niks voor mij, maar het is voor een goed doel. Ik hoop dat meer vrouwelijke studenten en promovendi zich zullen realiseren dat dit een weg is die zij ook kunnen bewandelen; dat het wél mogelijk is om als vrouw een hoge wetenschappelijke positie te bereiken. Ik hoop dat het programma een succes wordt en dat het wordt voortgezet.”
|
‘Een kans om een eigen lijn uit te zetten, met een eigen signatuur’
Dr.ir. Emilia Barakova (1965) studeerde Elektrotechniek en Automatisering in Bulgarije en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. De afgelopen jaren deed Barakova onderzoek in Japan. Zij was verbonden aan het GMD-Japan Research Lab, een Duits-Japans instituut op het gebied van robotica, en aan het RIKEN Brain Science Institute, waar zij onderzoek deed aan modellen van hersenfunctionaliteit, met name op het gebied van sociale interactie.
Barakova is sinds 1 juni aangesteld bij de faculteit Industrial Design, waar zij haar onderzoek naar intelligente systemen zal voortzetten.
|
|
“Door intelligente robots te bouwen die kunnen anticiperen op het gedrag van mensen, kunnen we dat gedrag wellicht aanpassen. Een mogelijk toepassingsgebied is interactief speelgoed voor kinderen met gedrags- of communicatiestoornissen.”
De reden dat Barakova op een ‘Women in Science tenure track’ solliciteerde, was niet omdat het een programma speciaal voor vrouwen was: “Voor iedere baan die ik tot nu toe heb gekregen, heb ik met anderen moeten wedijveren. Deze keer bestond de concurrentie toevallig alleen uit vrouwen. De vacature paste precies bij mijn profiel en kwam voorbij op het moment dat ik op zoek was naar een aanstelling.” Barakova denkt dat een ambitieuze onderzoeker altijd een aanstelling zal kunnen vinden: “Dat geldt voor zowel mannen als vrouwen.” Overigens is Barakova wel overtuigd van de waarde van dit programma. Ze is erg blij dat ‘Women in Science’ haar de kans geeft een eigen wetenschappelijke lijn te uit te zetten, met een eigen signatuur.
|
‘Het is een oproep aan vrouwen om in zichzelf te geloven’
Dr. Suzana Andova (38) is de enige van de vijf ‘Women in Science’ onderzoeksters die niet aanwezig kon zijn bij de feestelijke bijeenkomst op 12 september. Voordat Andova in januari 2007 terugkeert naar de
faculteit Wiskunde en Informatica, waar ze promoveerde, rondt ze eerst een postdoc project af aan de Noorse Universiteit voor Wetenschap en Technologie in Trondheim.
|
|
Aan de TU/e zal Andova haar onderzoek naar complexe stochastische systemen en beveiliging voortzetten: “Ik hoop mijn kennis van deze systemen toe te passen om betere technieken te ontwikkelen voor het analyseren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van ‘embedded systems’. Ik werk al samen met de Computer Science Security groep aan de TU/e, die een instrument ontwikkelt voor het controleren van beveiligingsprotocollen die bijvoorbeeld worden gebruikt voor veilige communicatie via internet. Die samenwerking zullen we zeker continueren.”
“Ik kijk ernaar uit terug te keren naar Eindhoven”, zegt Andova. “Ik heb goede ervaringen met de TU/e; dat was voor mij de belangrijkste reden om te solliciteren op deze functie.” Dat het om een speciaal programma voor vrouwen ging, speelde voor Andova geen rol: “Ik ken veel vrouwen die op de gebruikelijke manier een aanstelling hebben verkregen, dus volgens mij is zo’n speciaal programma niet echt nodig, maar ik denk wel dat het vrouwen aanmoedigt een wetenschappelijke carrière te overwegen. Dat is belangrijk. Vrouwen kunnen concurreren met mannen, maar ik ben ervan overtuigd dat er veel minder vrouwen zouden hebben gesolliciteerd als het een ‘gewone’ procedure was geweest. Het is een oproep aan vrouwen om in zichzelf te geloven.”
In Macedonië, Andova’s land van herkomst, vormen vrouwen geen uitzondering in de wetenschap: “In Macedonië had ik veel vrouwelijke studenten; ik hoop dat dat in Nederland ook zo zal zijn. Voor hen is het goed te zien dat het mogelijk is als vrouw een hoge wetenschappelijke positie te bekleden. Ik zal hen zeker aanmoedigen en ze vertellen dat ze alles kunnen wat jongens ook kunnen.”
|
|