| 
Het panna-stadion van Joren Vis gezien vanaf de buitenkant. Tekening: Joren Vis.
Architecten zijn goed in het verzinnen van originele concepten. Dat dat ook in de studie terugkomt, laat de opdracht ‘Voetbaldecors’ zien. Negen masterstudenten Architectuur stampten in dit project in vijf weken een ontwerp voor een voetbalstadion uit de grond. Geen volledig stadion, maar een trainingsstadion waar een club kan trainen op slechts één onderdeel van het spelletje. Vandaag, donderdag 28 september, presenteren de studenten hun ontwerp. De drie studenten met de origineelste concepten mogen deze presenteren op het symposium ‘Gebouw als denkbeeld; het stadion’, dat op zaterdag 30 september plaatsvindt in het Philips-stadion.
Het WK voetbal van afgelopen zomer in Duitsland bleek een vruchtbare voedingsbodem voor begeleidend docent ir. Theo Hauben van de faculteit Bouwkunde. Bij het zien van de grote aantallen toeschouwers bij de trainingen van landen als Nederland en Brazilië kwam hij op het idee van het project met de trainingsstadions. Dat zijn accommodaties die geschikt zijn voor het trainen op één enkel aspect van het voetbalspel en die tegelijkertijd flink wat publiek kunnen herbergen. De masterstudenten Architectuur konden daarbij kiezen uit vijf opties. Deze varieerden van een penalty-stadion, met slechts een doel en een penaltystip, tot een middencirkel waarin het spel ‘panna’ wordt gespeeld. Panna is straattaal voor het ‘poorten’ van een directe tegenstander, het door de benen spelen.
Het idee van de kleine stadionnetjes is dat de fans erg dicht op de voetballers zitten. “Ze ruiken en voelen als het ware hun idolen”, legt Hauben uit. Voor de voetballers is het stadion ideaal om heel intensief op één onderdeel te trainen. En voor de voetbalclub kan het stadion uitgroeien tot een icoon. Of een ‘logo’, zoals Hauben het noemt, met commerciële waarde voor de club.
Mini-stadions
Maar de opdracht voor de mini-stadions kwam ook voort uit praktische overwegingen. Het ontwerpen van een volledig voetbalstadion is te complex voor een project van vijf weken. Hauben: “Zo was de opdracht veel beter beheersbaar. De studenten kwamen toch wel dezelfde problematiek tegen, maar op kleinere schaal. Komt nog bij dat alle echte stadions aardig op elkaar lijken. De voetbalwereld is heel conservatief wat dat betreft. Op dit moment is de autobandvorm erg populair. Deze opdracht vroeg van de studenten een nieuwe kijk op voetbal en dus op het concept ‘stadion’.” Volgens Hauben konden de studenten niet terugvallen op bestaande stadions, omdat in de oefenstadions steeds maar een deel van het spel wordt gespeeld. “Natuurlijk kun je wel geïnspireerd raken door een bestaand stadion. Maar door iets zo uit zijn context te trekken als we hier hebben gedaan, moest de student nadenken over een volledig nieuwe situatie. En dat is een belangrijk onderdeel van de opleiding tot architect.”
De negen architectuurstudenten moesten hun ontwerpen uitwerken tot een zogenaamde principeconstructie. Daarbij hebben zij goed over de constructie nagedacht en zijn er materialen aan toegekend. Bij de eindpresentatie op donderdag 28 september dienen ze een maquette op te leveren, ondersteund door posters met tekeningen van plattegronden en doorsneden. Alles op een schaal van één op tweehonderd. Hauben: “De maquettes van de stadions zijn op deze schaal net taartjes.” De projecten worden beoordeeld op de drie p’s: product, presentatie en proces. De ruimtelijke en architectonische kwaliteiten van het ontwerp spelen een rol, maar daar komen technische uitwerking en de organisatorische kwaliteiten nog bij. Het laatste punt slaat op de plattegrond: als iemand binnenloopt in het stadion, treft hij dan een logische indeling aan?

Het uitzicht op de panna-ring vanaf een tribune. Tekening: Joren Vis
Symposium
Het thema stadion heeft ook alles te maken met het architectuursymposium dat op 30 september plaatsvindt in het Philips-stadion. Deze dag met de naam ‘Het Stadion’ valt onder de reeks symposia onder de noemer ‘Gebouw als denkbeeld’ van de K.L.Poll-stichting. Dit is een stichting ter ondersteuning van Onderwijs, Kunst en Wetenschap. Dit symposium is de elfde in de reeks, die begon in 2001. Aan bod kwamen al uiteenlopende gebouwen als de gevangenis, de universiteit en het paleis. Het laatste symposium is gewijd aan het Godshuis en vindt plaats in februari 2007. De TU/e draagt bij aan de organisatie van de symposia.
Op 30 september laten uiteenlopende sprekers hun licht schijnen over het stadion. Daaronder architecten als Moshé Zwarts en Wytze Patijn, maar ook bijzondere gasten als priester Antoine Bodar, die ingaat op sport als vervanger voor religie.
Op het symposium is ook tijd ingeruimd voor de beste drie ontwerpen van de studenten. Volgens Hauben zijn de bezoekers van het symposium -architecten en andere professionals uit de bouw- altijd erg geïnteresseerd in de ideeën van architectuurstudenten. “De ervaren sprekers op het symposium hebben het over het verleden en het heden. Maar de studenten zijn de architecten van de toekomst. Zij laten in het vaste item ‘Tegengif’ hun licht schijnen over nieuwe trends of toekomstige mogelijkheden. De studenten zijn er voor de nieuwe concepten.” En dat dat wordt gewaardeerd, blijkt uit een vorig symposium in de reeks. De rechtbank die studenten toen hadden ontworpen, leverde enthousiaste reacties op, die resulteerden in het nogmaals presenteren van het ontwerp bij de opening van de nieuwe rechtbank in Alkmaar in bijzijn van de koningin. Hauben voelt een vorm van competitie bij de studenten die aan de stadions werken. “Het is een extra uitdaging voor ze. Je kunt je ontwerp een keer onder een groter publiek bekend maken. En je proberen staande te houden tussen een paar grote architecten.”
Toegangskaarten voor het symposium kosten 65,- euro. Donateurs van de K.L. Poll-stichting en abonnees van NRC Handelsblad betalen 50,- euro; studenten betalen 30,- euro. De prijs omvat het symposiumprogramma, koffie en thee, lunch, borrel en een rondleiding door het Philips-stadion./.
Zie voor meer informatie over het symposium www.klpoll.nl.
|
‘Cage fight’

“Bij architectuur mag je best enigszins aan de haal gaan met de opdracht”, zegt Joren Vis. “Als je er maar goede argumenten voor aanvoert waarom je een bepaalde keuze hebt gemaakt.” Vis had als opdracht het tweede panna-stadion, maar hij besloot de regels voor het spelletje wat aan te passen. De middencirkel van een voetbalveld moest als uitgangspunt dienen voor het stadion. “En die heeft een doorsnede van ruim achttien meter. Als er slechts twee spelers panna spelen, zou de afstand tot het publiek wel erg groot zijn. Daarom spelen bij mij twaalf man tegelijk tegen elkaar.” Er zijn dan ook twaalf doeltjes en de tribune bestaat uit twaalf elementen: iedere speler zijn eigen tribune. Bij aanvang van het spel zijn alle tribunes aan de buitenzijde verlicht. Steeds valt er één speler af en het licht van zijn tribune gaat dan uit. “Let wel, alleen de buitenkant van het stadion is verlicht. De binnenkant is donker, want anders zou het publiek tegen de kooi aankijken, waarin ik de voetballers laat aantreden. Als waren het gladiatoren in een ‘cage fight’”, aldus Vis.
|
Voetbalpromenade
Eén strafschopgebied met aan beide uiteinden een doel. Twee ploegen van een doelman en twee veldspelers in elk team die tegen elkaar spelen. Maak daar maar eens een mooi stadion omheen. Bouwkundestudent Adriaan Verheij koos voor een wandelpromenade, zoals hij het zelf omschrijft. Daar omheen plaatste hij een betonnen muur die volledig rondloopt. “De mensen kunnen zo een route wandelen. De vorm van de promenade is dynamisch, bijna sculpturaal.” Reden genoeg om voor stevige materialen, namelijk beton en staal, te kiezen. Want het is een gebruiksobject en het moet niet na een paar maanden al kapot zijn.
De wandelroute loop letterlijk door de doelen heen. Verheij: “Dat geeft een geweldig effect.” Net als de smalle en blinde dalende gang die uitkomt op een gat, waar je wordt gedwongen doorheen te kijken. “Daar moet je het veld wel op, zelfs als je niet durft. En de toeschouwers dienen dus te wandelen? “Ja, maar voor de ‘die-hard’-fans heb ik boven de doelen wat stoeltjes neergezet.”

|