Reportage

"Sinds deze week ben ik eigenlijk alcoholist"

Cantus/Monique van de Ven
Foto’s/Bert Jansen


Gezelligheid én dronkenschap bereikten vrijdagmiddag traditiegetrouw hun hoogtepunt op de Cantus, het beruchte zang- en bierfestijn op de laatste dag van de Intro. Duizenden liters bier gingen in gieters en kannen door de feesttent en -tussen de smartlappen door- de dorstige kelen óf de lucht in.

“Doe een beetje rustig aan met tappen”, drukt senior ir. Richard ‘Siem’ Simonis de tappers in de tent nog even op het hart voordat de deur -of liever gezegd: het tentdoek- opengaat. Het is de zevende keer dat de TU/e-alumnus de Cantus leidt en de introgangers enigszins onder controle moet zien te houden. “Laten we proberen het dit jaar niet té gek te maken met het biergooien.”






De tappers zijn dus goed geïnstrueerd. Als het tentdoek eenmaal open is en de nuldejaars een plek hebben gevonden aan één van de lange tafels, is de sfeer echter al snel onrustig. De nieuwelingen zijn duidelijk goed op de hoogte van de reputatie van de Cantus en meer dan bereid om die status in ere te houden. Het wachten is op Simonis, die de regels van het festijn uitlegt, én op bestuursvoorzitter dr.ir. Henk de Wilt en universiteitssecretaris ir. Harry Roumen, die de Cantus openen door een ‘adje’ te ‘trekken’ (oftewel een beker bier in één teug leeg te drinken).



De opleiding Techniek & Maatschappij (TeMa) en haar nieuwe lichting studenten moeten het traditiegetrouw flink ontgelden op het festijn. Als de bewuste groep de tent binnenkomt, zetten de anderen een eensgezind ‘TeMa is kut’ in, gevolgd door een treiterend ‘’t Is stil aan de overkant’.
Zielig? Welnee, zegt Elektrostudent Almar Giesberts. “TeMa ís gewoon kut”, verklaart de zevendejaars, die tijdens de Intro “een beetje meeloopt” met twee huisgenoten die intro-papa en -mama zijn. “Het idee achter de opleiding was dat techniek wat ‘maatschappelijker’ moest worden, maar daarin zijn ze te ver doorgeschoten”, vindt Giesberts. “TeMa is gewoon een losse flodder. Een flut-studie. Dat vinden zelfs de hoogleraren bij ons.”
De TeMa-studenten laten zich echter niet van hun stuk brengen door de spreekkoren. Opgewekt dansen ze rond, vrolijk meezingend, bier in de hand. Om even later terug te slaan met een aanval van meelbommetjes.
Na een uurtje zingen en zuipen zit de stemming er bij alle commilitones -de deelnemers aan de Cantus- in elk geval goed in. Het lijkt wel carnaval, maar dan zonder grote verkleedpartijen. De tappers komen met hun gieters en kannen zelden verder van de tap dan een paar meter. Giesberts en zijn tafelgenoten gaan zelfs letterlijk op de knieën voor het gerstenat, de blik op ‘wanhopig’.




Slopend
Nuldejaars Sies Stadhouders geniet met volle teugen; letterlijk én figuurlijk. Gewillig laat hij zich onderdompelen in het feestgedruis én in het bier. Om de laatste ervaring vervolgens maar al te graag te delen met de verslaggeefster van Cursor. De Intro is hem meer dan goed bevallen. “Te gek, maar ook behoorlijk slopend”, beschrijft de kersverse student Werktuigbouwkunde met schorre stem. “Ik heb per nacht hooguit drie uur geslapen.”
Over het leukste aspect van de introductie hoeft hij niet lang na te denken. Met een tevreden grijns wijst de 18-jarige Stadhouders op zijn pilsje: “Is hier maar vijftig eurocent, óf gratis. Wat wil je nog meer?”. Dan, met quasi-peinzende blik: “Sinds deze week ben ik eigenlijk gewoon alcoholist. Maar dat zal ik mijn ouders maar niet vertellen”./.