Bestuur/Beleid

Praktische ‘vertalingen’ proefschriften helpen bedrijfsleven verder

Kennistransfer/Gerard Verhoogt
Illustratie/Paul Weehuizen

Het doorgeven van wetenschappelijke kennis naar het bedrijfsleven is al jaren een moeizaam proces. Juist in een kenniseconomie en een tijd waarin de concurrentie uiterst scherp is, is innovatie een van de belangrijkste middelen om de economie op peil te houden of te laten groeien. In die strijd wordt een nieuw middel ingezet om het bedrijfsleven van nieuwe kennis te voorzien. In opdracht van SenterNovem worden proefschriften ‘vertaald’ naar het bedrijfsleven, dat daar op directe manier kennis van kan nemen.

Op het TU/e Innovation Lab is ir. Nettie Wester sinds begin dit jaar bezig met de uitwerking met het project dat als werktitel ‘Kennisvalorisatie IOP-IPCR’ heeft (zie kader). “Kennisvalorisatie gebeurt meestal door het aanvragen van patenten, het opstarten van bedrijven en, op kleine schaal, door met bedrijven samen te werken tijdens het onderzoek. In dit project organiseren we de kennistransfer met lezingen, presentaties en met een werkboek. Dat is op een bepaald proefschrift gebaseerd en verschaft ondernemers praktische kennis”, zegt Wester, die Technische Bedrijfskunde studeerde aan de TU/e en eerder bij Cap Gemini en Philips Semiconducors en Medical Systems werkte als projectmanager.
Elk werkboek heeft een gedeelte over theoretische achtergronden, een gedeelte met praktische handleidingen en een onderdeel ‘methoden en tools’.
“Voor zover bekend is deze opzet uniek in Nederland. De opzet komt uit Cambridge, waarmee ook wordt samengewerkt”, zegt ir. Simon Minderhoud, senior innovation consultant die namens Phillips Applied Technologies (Aptech) bij het project betrokken is en het werkboek mede vorm geeft. De Industry Consulting groep van Philips Aptech werkt al geruime tijd met het Centre for Technology Management van de Universiteit van Cambridge samen op het gebied van productinnovatie. “In Cambridge is het zeer succesvol. Er is daar materiaal genoeg en men komt handen tekort. Er wordt nauw samengewerkt met de aio’s die het onderzoek doen. Volgens ons kan dit model in Nederland ook goed werken. Ik ben druk bezig om het eerste project in Nederland op te zetten over ‘Managing Product Development Collaborations’. Centrale vragen daarbij zijn ‘Hoe kies je partners om mee samen te werken en hoe financier je die samenwerking?”, vertelt Minderhoud. “We wilden niet vanaf ‘scratch’ beginnen, dus we hebben een aantal werkboeken van Cambridge als uitgangspunt genomen. Daar heeft de programmacommissie dit onderwerp uit geselecteerd omdat het een verwant onderwerp is voor bedrijven in de regio en bij Philips Apptech. Zo hopen we meer deelnemers te krijgen voor het project. Bovendien past het goed bij de ideeën van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, die zich onlangs bij dit project heeft aangesloten omdat men ook al met dit onderwerp bezig was.”

MKB
Ideaal zou het volgens Wester zijn als onderzoekers vroeg betrokken worden bij het project. Bij voorkeur in het eerste jaar. Wanneer de probleemdefinitie wordt opgesteld, wordt er contact opgenomen met de onderzoeker en zijn begeleider. De geformuleerde probleemdefinitie kan dan uitgangspunt van het project worden. Als het onderzoek succesvol verloopt, kan de aio in het derde en vierde jaar de grote lijnen van het werkboek invullen, zodat het gelijkloopt met het proefschrift. Inmiddels zijn er al contacten met de aio’s en begeleiders van de faculteit Technologie Management gelegd, hun eerste reacties zijn positief. Het onderwerp komt ook aan bod op de aio-dag, die in het najaar wordt gehouden onder het thema ‘Valorisatie’.
Het systeem van de werkboeken is in principe op elk proefschrift en onderwerp van toepassing. Misschien dat niet elk proefschrift een werkboek wordt; het kan ook zo zijn dat onderdelen uitgewerkt worden of dat hoofdstukken van verschillende proefschriften gecombineerd worden.
In eerste instantie richten Wester en Minderhout zich op de grotere bedrijven, met tweehonderd medewerkers of meer. Maar Wester heeft ook al ideeën voor het midden- en kleinbedrijf: “Die willen we er graag bij betrekken, maar het ligt wat moeilijker. Die kennen een andere bedrijfsstructuur en er zijn minder mensen die zich expliciet met innovatie bezighouden. Het werkboek is daar ook te uitgebreid voor, dus dat moet herschreven worden. In Cambridge hebben ze, in overleg met het MKB, de werkboeken in modules geknipt en de bijeenkomsten verspreid over een aantal avonden. Dat maakt het duurder, maar je wilt toch de kennis verspreiden. Daarom willen we contact opnemen met Syntens, een adviesorganisatie voor het MKB. Maar eerst moeten we zelf meer ervaring opdoen.”

Toekomst
Ervaring opdoen gaat dit en komend jaar gebeuren. Eigenlijk was het de bedoeling om het project te concentreren op een van de Innovatieve Onderzoeks Programma’s (IOP), waar het ook uit voortkomt omdat SenterNovem dit geïnitieerd heeft. Maar dat was onmogelijk omdat de eerste IOP- onderzoeken pas in 2009 afgerond worden. Om die reden valt er volgend jaar een ‘gat’. Dat wordt opgevuld door een tweede pilot te houden en aldus meer ervaring op te doen met het zelf maken van werkboeken. Wester denkt aan een proefschrift van aio’s van een van de drie TU’s op het gebied van bedrijfstechnologie en -processen. “Het hele project is gestart vanuit het IOP/IPCR en dat gaat over bedrijfskundige processen. In tegenstelling tot technische onderwerpen is kennisvalorisatie hier moeilijk. Met technische onderzoeken kun je iets patenteren en/of een eigen bedrijf starten, met procesgerichte onderzoeken gaat dat moeilijker. Daardoor bestaat het gevaar dat dergelijk onderzoek niet of te weinig tot bedrijven doordringt. Na 2009 moet er een organisatie komen die dit soort projecten kostendekkend gaat organiseren. Als we de nodige ervaring hebben opgedaan, moet dat mogelijk zijn.”
Minderhoud: “Een aantal jaren geleden is de consultancy groep bij Aptech gereorganiseerd, waardoor er minder medewerkers kwamen. Daardoor konden we niet alle ontwikkelingen volgen en hebben we contact gezocht met kennisinstellingen. Niet alleen met de TU/e, ook met het Department of Engineering in Cambridge. Dit project biedt voor Aptech een interessante mogelijkheid om op de hoogte blijven van nieuwe kennis, je bent aan het netwerken en je kunt kennis weer doorgeven.”
Tevens kan Aptech invloed uitoefenen op het onderzoek. Minderhoud: “In Cambridge doet men niet alleen onderzoek, er is ook een tweede aandachtspunt: industrial relevance. In Nederland gaat de discussie vaak over onafhankelijk onderzoek, tegelijk leeft de discussie over kennisvalorisatie. Maar deze twee kunnen ook samengaan, zoals in dit project. Dat proberen we te stimuleren.”/.

Innovatieve Onderzoeks Programma’s
Het IOP is een subsidieregeling van het ministerie van Economische Zaken. SenterNovem, een agentschap van EZ, voert de programma’s uit. Het project waar Wester en Minderhoud aan werken, zou zich in eerste instantie concentreren op de Innovatieve Onderzoeks Programma’s, met name IPCR, Integrale -ProductCreatie- en Realisatie. IPCR is een van de categorieën waar het totale IOP-onderzoek in is verdeeld. Bij de IPCR-programma’s zijn momenteel 24 aio’s betrokken. De onderwerpen betreffen onderzoek dat gericht is op het opdoen van nieuwe kennis voor de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten of het omzetten van industrieel onderzoek in plannen, schema’s of ontwerpen.
Elk IOP-programma heeft een programmacommissie en in het IPCR-gedeelte zitten daar vertegenwoordigers in van Philips Aptech, ASML, Océ, Van der Lande (die de bagage-logistiek op Schiphol regelt) en Panelitical, een bedrijf dat röntgenmachines maakt om materialen door te lichten.
Voor het project kennisvalorisatie IOP-IPCR is voor dit jaar honderdduizend euro beschikbaar. Het wordt gefinancierd door SenterNovem, het Innovation Lab van de TU/e en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij.