spacer.png, 0 kB
Volg Cursor via Twitter Volg Cursor via Facebook Cursor RSS feed
spacer.png, 0 kB

spacer.png, 0 kB
Cursor in PDF formaatCursor als PDF
PrintE-mail Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook
“Ik wil mensen anders leren kijken”
8 mei 2008 - Ze is net terug van ’s werelds grootste industriebeurs: de Hannover Messe. In haar nieuwe tentoonstelling ‘D-compose!’ laat ze bekende materialen zien in een onverwachte context. Simone de Waart -docente bij Industrial Design- heeft een passie voor innovatieve en duurzame materialen, maar vooral voor creatief gebruik hiervan.

Met aanstekelijk enthousiasme vertelt ze over een van de tentoongestelde materialen: een studente van de Design Academy heeft een manier bedacht om draden te spinnen uit oud krantenpapier. “Uit één pagina kan je wel twintig meter draad maken. Dat heeft ze gebruikt om de bekleding van een poef van te breien, en om een vloerkleed van te weven. We hadden op de beurs in Hannover ook een grote scheidingswand gemaakt van de draden. De bezoekers van de beurs waren hiervan erg onder de indruk.“

Het past precies in De Waarts visie op gebruik van materialen: “Er is tegenwoordig veel aandacht voor recyclen en duurzame materialen. Maar meestal verander je hoogwaardige materialen in materiaal met een lagere kwaliteit. Toch hoeft dat niet altijd zo te zijn, zeker niet als je het een heel andere bestemming geeft. Dat zie je aan de manier waarop je krantenpapier kunt omzetten in prima vloerkleden.”

Met haar netwerkorganisatie ‘Material Sense’ brengt De Waart mensen uit de wetenschap, industrie en ontwerpsector bij elkaar die elkaar vervolgens moeten inspireren om nieuwe wegen in te slaan voor het gebruik van materialen. Ook de ‘D-compose!’-tentoonstelling is een initiatief van Material Sense.

Toen ze als kind de Spa-fabriek bezocht, wist ze dat dát was wat ze wilde: gebiologeerd staarde ze naar die enorme hal met de lopende banden waar de flesjes stap voor stap vorm kregen. Het hele proces fascineerde haar mateloos. Ook nu nog vindt ze het prachtig om in een fabriekshal te staan terwijl ze dingen ontwerpt. Zelf zien wat er werkt, en wat niet. En te leren van de dingen die niet werken. “In elke fabriek hebben ze wel een verzameling mislukte producten. Ook daar kun je veel van leren. Er zit altijd wel een interessant aspect aan zo’n afgekeurd ontwerp dat je voor iets anders kunt gebruiken.”

Zolang ze zich kan herinneren is ze al creatief bezig. Had altijd ideeën die ze omzette in tekeningen en knutselwerk. “Ik kon me niet voorstellen dat andere kinderen zich verveelden. Dat gevoel kende ik niet. Hooguit als ik ziek was, maar anders nooit.”

Al vroeg ging ze zelf op jacht naar materialen. “Toen ik net op de middelbare school zat, kende ik iemand in een kunststoffabriek waar ze reclamedisplays maakten. Ik zette daar een doos neer, waar zij de restjes in gooiden. Die kon ik dan gebruiken.” Toch heeft het nog lang geduurd voordat ze precies wist hoe ze haar creativiteit het beste kwijt kon.

Uiteindelijk besloot ze vanuit Castricum -aan de voet van de Noord-Hollandse duinen- naar Eindhoven te verkassen om er aan de Design Academy te gaan studeren. “Toen ik twintig jaar geleden in Eindhoven kwam, was het niet bepaald een aantrekkelijke stad. Pas veel later, toen de Design Academy samen met onder meer Philips Design in de Witte Dame terechtkwam, veranderde dat een beetje.” De Witte Dame vormde volgens de ontwerpster destijds een soort designeiland in een woestenij. “De Witte Dame was ook een van de eerste gebouwen in Eindhoven die een herbestemming kreeg omdat het een bijzonder betonskelet had. Dat zie je hier nu steeds vaker gebeuren. En er worden nu ook echt interessante dingen gebouwd. Bijvoorbeeld de ‘naald’ van Jo Coenen. Eindhoven is niet langer een lelijk eendje.” Ze voelt zich dan ook thuis in de stad waar ze inmiddels haar halve leven woont: “Ik mis alleen de zee nog.”

In 2002 ging ze les geven bij Industrial Design (ID). Verder moest ze een brug vormen tussen ID en de Design Academy, onder meer door uitwisseling van bachelorstudenten en via projecten over duurzaam ontwerpen. “Dat heb ik vier jaar gedaan. In die tijd hebben we ook een materialen-bibliotheek opgezet met meer dan 700 samples van materialen: kunststof, keramiek, textiel, ‘smart materials’.” Volgens haar is het heel belangrijk om een materiaal in handen te hebben. “Pas als je een materiaal voelt en ruikt, kun je goede ideeën opdoen voor toepassingen. Dat is ook een doel van ‘D-compose!”

De Waart wil mensen stimuleren in hun creativiteit: “Ik probeer mensen anders leren kijken naar bekende dingen.” Vol geestdrift geeft ze nog een voorbeeld uit de tentoonstelling: “Bamboe is eigenlijk gewoon een grassoort. Maar je kunt er prachtige meubelen mee maken. En omdat het wel anderhalve meter per dag kan groeien, is het een heel milieuvriendelijk alternatief voor tropisch hardhout!”./.

Interview/Simone de Waart door Tom Jeltes
Foto/Irene Wouters