">
spacer.png, 0 kB
Volg Cursor via Twitter Volg Cursor via Facebook Cursor RSS feed
spacer.png, 0 kB

spacer.png, 0 kB

Ook de Cursor-redactie geniet van een welverdiende zomervakantie. Dit betekent niet dat er niets gebeurt aan de TU/e en dat daar niet over wordt geschreven. Op deze plek vindt u daarom geregeld nieuws deze zomer.

Op donderdag 9 september verschijnt de eerste papieren Cursor van de nieuwe jaargang.

De IntroCursors zijn te vinden in het archief

Cursor in PDF formaatCursor als PDF
Special Cursor 50 jaarSpecial Cursor 50 jaar
PrintE-mail Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

TU/e helpt internetdiensten versnellen en versoepelen

14 juli 2010 - De TU/e participeert in een Europees onderzoeksproject dat internetdiensten sneller en soepeler wil laten verlopen. Vier onderzoekers van de groep Architectuur van Informatiesystemen (faculteit Wiskunde & Informatica) gaan met behulp van zogenoemde process-miningtechnieken de beoogde nieuwe systemen en tools waarop het project zich richt, analyseren. z5_s.jpg

Artifact-Centric Service Interoperation (ACSI) is de naam van het Europese project, dat onlangs onder penvoerderschap van IBM Research in het Israëlische Haifa van start ging. Bij het project zijn diverse bedrijven en universiteiten van over de hele wereld betrokken, waaronder de TU/e. Doel van het project is nieuwe technieken en tools te ontwikkelen om makkelijker, sneller en goedkoper diensten via internet te kunnen aanbieden.

Probleem is dat veel e-services aan elkaar gekoppeld zijn, vertelt prof.dr.ir. Wil van der Aalst van de groep Architectuur van Informatiesystemen. “Als je online een vliegticket boekt, heb je als klant met die aanbieder te maken, maar die moet op zijn beurt weer afstemmen met bijvoorbeeld luchtvaart- en verzekeringsmaatschappijen. De coördinatie tussen al die bedrijven is een enorm lastig probleem. Als ergens in één van de betrokken systemen een storing optreedt, kan makkelijk ergens een bericht verloren gaan, met alle mogelijke miscommunicatie en andere problemen van dien.”

Het doel van ACSI is dergelijke coördinatieproblemen te analyseren en waar mogelijk te ‘omzeilen’. Van der Aalst wijst op ‘Easy Chair’, een wereldwijd gebruikt systeem voor het reviewen van papers. De hoogleraar vergelijkt het met een whiteboard of kladblok, waarop alle betrokkenen en hun bijdragen op één plek worden samengebracht. “Iedereen heeft daardoor hetzelfde gemeenschappelijke beeld van de stand van zaken, wat allerlei bilaterale verbanden tussen een heleboel partijen overbodig maakt. Dat is het type systeem waarop ACSI zich richt.”

Waar veel systemen volgens Van der Aalst nu uitsluitend data- óf procesgeoriënteerd zijn, probeert ACSI de beide benaderingen met elkaar in balans te brengen. Ook willen de onderzoekers nieuwe vormen van analyse gaan toepassen: de kern van de TU/e-bijdrage. “Wanneer je zo’n gemeenschappelijk kladbord gebruikt, worden ontzettend veel gegevens geregistreerd. Met behulp van process mining proberen we nauwgezet in kaart te brengen hoe mensen een systeem gebruiken en waar de knelpunten zitten.” De software die de groep van Van der Aalst hiervoor heeft ontwikkeld, één van de centrale systemen die binnen ACSI wordt ingezet, is volgens hem al in meer dan honderd bedrijven toegepast.

Voor het project, dat een looptijd heeft van drie jaar, is een bedrag van 4,6 miljoen euro uitgetrokken. (MvdV)